Nieuws

Een fietstocht van Veendam naar het vliegveld in Ubbena

Op Historisch Zeijen.nu is al veel meer te lezen over het vliegveld in Ubbena. Eén van de vliegtuigeigenaren was Willem Albertus Reinders (geboren 6 maart 1876), stukadoor uit Veendam. Ondanks zijn vele pogingen om een toestel te maken dat daadwerkelijk kon vliegen mislukte dit steeds. Het bleef bij loze beloftes en uitvluchten, de zogenaamde Veendam I heeft - voor zover ons bekend - nooit het luchtruim gezien... In dit artikel uit de Nieuwe Veendammer courant van 26 september 1911 is het sarcasme hierover terug te lezen. Maar het stuk geeft óók een erg mooi beeld van het reilen en zeilen op het vliegkamp van Albert Hofkamp in Ubbena.

Vliegveld te Zeijen

"Verleden week deed men ons per briefkaart de mededeeling dat Zondag onze plaatsgenoot de heer Reinders zou vliegen. We stapten dus Zondagmiddag, ook gedreven door het prachtige weer op onze velocipède en sloegen den weg naar Zuidlaren in, om van deze eerste aviatische prestaties getuige te zijn. En al werden we in onze eigenlijke verwachtingen teleurgesteld, we hebben ons den rit niet beklaagd. Het vliegveld ligt vrij ver af, van Zuidlaren nog ongeveer drie kwartier op de fiets. De weg loopt echter door een landschap zoo rijk aan natuurschoon, men heeft er van den weg zulke aardige uitzichten, dat 't genot daarvan alleen de inspanning van den rit vergoedt. We kwamen dan eindeljjk op het vliegterrein, waar om en bij drie groote houten gebouwen eenige honderden menschen waren samengekomen, wachtend op het oogenblik dat gevlogen zou worden.Twee van deze houten gebouwen zijn bergplaatsen voor vliegmachines, het 3de is een comfortabel ingericht café, met biljart, piano, orgel en leestafel, waarop verschillende couranten en tijdschriften, enz. Eenigszins in spanning verkeerend, haastten we ons onzen aviateur Reinders te zoeken. We vonden hem in een hangar, bij zijn machine, waar bovenop een aviatiek uitziend persoon zat te hameren en te kloppen alsof 't heele ding weer uit elkaar zou. Als men op een vliegveld is, verkeert men steeds in onzekerheid of er gevlogen zal worden of niet, zelfs al is 't bladstil, en dat was het. We vroegen dus direct hoe 't er mee werd. Reinders antwoordde dat bij niet zou vliegen, want er mankeerde nog een kleinigheid aan zijn toestel, een hefboompje ontbrak, en dat had hij niet meer op tijd kunnen krijgen. Op onze vraag waarom hij niet eerder zijn toestel geprobeerd antwoordde hij, dat, toen de Helpman en Konings toestel er waren, er voor zijn machine geen plaats was in de hangars. Hij had nog niet gevlogen, wel reeds een paar keer het terrein rondgehuppeld.

Hij zou dus nu ook niet vliegen, maar zijn collega van Dijk zou een vlucht maken. We hadden al enkele van die heeren met leeren kappen om de beenen en met korte broeken rond zien wandelen, en nu hoorden we dat dit waren de gebroeders van Dijk en gebrs. Paanakker, alle vier leerling-aviateurs.

We gingen naar de andere loods en daar zagen we een vliegtoestel, vervaardigd door de gebrs. van Dijk, ook een eendekker. Een der heeren zat in den stuurstoel en was bezig uitlegging te geven van de verschillende functies der diverse raadjes en hefboomen. We vroegen of hij zou vliegen. Neen, maar Reinders zou een tour maken. We vertelden hem toen wat we pas van Reinders gehoord hadden. Daar kwam juist iemand op onze groep toegeloopen en van onder een heel groote sportpet hoorden we een slordige stem: We kunne wel is een baantje rolle! Met nonchalante beweging (sport en nonchalance hooren bij elkaar) gooiden direct een paar der heeren met leer om hun beenen hun jassen uit en werden de schotten van de hangar geopend. Nauwelijks kreeg het publiek dit in de gaten of daar kwamen de menschen toestroomen. Allen wilden er liefst zoo dicht mogelijk bij staan, en men drong zoo op, dat het manoeuvreeren beslist onmogelijk zou zijn. 

De aviateur, we meenen een mijnheer Paanakker, verklaarde zoo het toestel niet buiten te halen, doch dat maakte niet veel indruk. Meer hielp het, toen een der heeren met behulp van een hond aan een koord de menschen terug drong. En toen ging het los: de motor, een driecylinder, werd aangezet, en daar wipte het toestel er van door, zich in het schemerdonker als een reuzenvogel afteekenend tegen den donker purperen horizon. De bestuurder maakte daarop verschillende wendingen, maar van den grond kwam hij niet. Het publiek juichte den vlieger even toe en het toestel werd weer opgeborgen. Daarop reden we in den prachtigen zoelen avond naar huis."

Foto 1 - Het toestel van Reinders op het sportterrein te Veendam, juni 1911. Uit "Aviateurs van het eerste uur", Wim Schoenmaker en Thijs Postma, 1984.

Foto 2 - De noordelijke luchtvaartpioniers bij elkaar op het vliegveld in Ubbena
Staand: onbekend - Sieb Koning
Gehurkt: La Donnely (of La Donelly).
Zittend: onbekend, Adriaan Mulder, Hubert Hagens, Emile de Schepper, Emile Ladougne (Franse aviateur), Albert Hofkamp, Willem Reinders.
Het vliegtuig is de Helpman I van Hagens en de Schepper.
Datering: september 1911.

Foto 3 - De feesttent van Albert Hofkamp.

Foto 4 en 5 - Het artikel uit de Nieuwe Veendammer courant van 26 september 1911.

  6-10-2019
 Rolf

pagina terug