Nieuws

Column De boer op Drenthe: op Avontuur

Boink. Boink. Boink.

Ik schrik wakker en blijf een moment stil liggen. Heb ik dat gedroomd? Nog voor ik het kan besluiten, klinkt het opnieuw. Boink. Boink. Boink. Ik kijk naar de wekker op het nachtkastje: 2.45 uur. Midden in de nacht. Er klopt iemand op het raam. Met een onrustig gevoel schud ik de boer wakker. “Er staat iemand op het raam te kloppen,” fluister ik. “Ga jij even kijken…?” Met een zucht schuift hij uit bed en loopt naar de keuken. Ik blijf liggen, gespannen luisterend. 

Er staat een politieagent bij het keukenraam. Ik hoor hem zeggen: “Ik moest kloppen want de bel doet het niet.” De reden van zijn bezoek volgt snel: al onze koeien lopen op straat. Hij had er net bijna eentje voor de auto gehad. Mijn hart slaat een slag over. Vanuit bed hoor ik mijn boer antwoorden: “Dat zijn gelukkig niet al mijn koeien.”

Op dat moment spring ik overeind. Slapen is voorbij en ik ben klaarwakker. In recordtempo trek ik mijn kleren aan. Ren naar de garage voor mijn overall, laarzen en jas, en ga naar buiten. Daar zie ik geen koeien, maar een hele groep pinken. Een stuk of vijftien pubers van de boerderij die samen op avontuur zijn gegaan.

Onze buurvrouw staat inmiddels ook buiten. Samen drijven we de dames rustig weer richting hun hok. Eén eigenwijze pink denkt dat het gras bij de buren groener is. Maar bedenkt zich gelukkig snel en sluit zich weer aan bij de andere groep meiden.

Niet veel later staan ze allemaal veilig binnen. Opgelucht halen we adem. Dit liep weer goed af. 

Een paar uurtjes later stond ik, als biologiedocent, voor een andere groep pubers. Licht vermoeid, maar met een glimlach. Of ze nu op vier poten lopen of twee benen, overal hetzelfde: altijd in voor avontuur.

  3-02-2026
 Henrieke Hamminga, Aletta

pagina terug