Tjasker

Bollenveen

De Tjasker Bollenveen is een paaltjasker ten westen van Zeijen.

Op deze plek stond vroeger een tjasker. Dankzij de Werkgroep Zeijerwiek is in 2001 op deze plek een nieuwe tjasker gebouwd, met behulp van een aantal Friese molenaars. Het molentje kan met een tonmolen water rondmalen, maar heeft verder geen maalfunctie. Het onderhoud wordt verzorgd door enkele bewoners van Zeijen.

Foto's

Meestersveen

De Tjasker Meestersveen is een paaltjasker ten oosten van Zeijen.

De tjasker bij het Meestersveen stond voor 1940 nabij het Drentse dorp Amen. Het molentje werd in de jaren tachtig in een boerenschuur in Rolde aangetroffen en vervolgens gerestaureerd. In 1983 werd hij op zijn huidige locatie geplaatst. De eigendom van de tjasker werd in 2006 door de Molenstichting Drenthe overgedragen aan de Werkgroep Zeijerwiek. Het onderhoud wordt verzorgd door enkele bewoners van Zeijen. 's Winters wordt het molentje opgeslagen, zoals dat vroeger ook gebeurde.

De tjasker bij het Meestersveen is één van de weinige die op de Rijksmonumentenlijst staan.

Foto's

De tjasker

De tjasker is een der kleinste windmolens in Nederland en is ontwikkeld in Friesland.

Er zijn twee typen tjaskers: de paaltjasker en de boktjasker. Bij de paaltjasker wordt de molenas ondersteund door een paal en bij een boktjasker ligt de voorkant van de molen op een houten bok. De paaltjasker maalt het binnenwater via de buitenringsloot en de binnenringsloot naar het binnenwater of andersom. De boktjasker maalt het water uit het binnenwater via de vijzelkom naar de buitenringsloot, die op het buitenwater uitkomt. Alleen de boktjasker heeft een kruibaan voor het kruien van het wiekenkruis op de wind. De paaltjasker wordt met behulp van een ketting op de wind getrokken.

Een tjasker heeft geen kamwielen in tegenstelling tot 'normale' molens. Op de as waar de wieken doorheen steken, zit achteraan een tonmolen. Dit is een klein soort vijzel met een betimmering eromheen. Niet ten onrechte is door molenkenners gesteld dat de enige overeenkomst tussen de tjasker en alle andere windmolentypen het bezit van een wiekenkruis is.

Dit kleinste windmolentype voor het oppompen van water was omstreeks 1950 bijna verdwenen. Na 1970 werden diverse molens nieuw gebouwd. Vooral in natuurgebieden wordt dit soort molens gebruikt om verdroging tegen te gaan.

De tjasker raakte in verval in de crisisjaren van 1930. De tjasker kon de concurrentiestrijd met de metalen windmotor niet volhouden. In 1935 werd de voorlopig laatste tjasker in gebruik genomen in het Friese Steggerda. In de zestiger jaren heeft de bekende tjaskerbouwer Roelof Willem Dijksma opnieuw enkele tjaskers gebouwd. In 1963 bouwde hij in opdracht van Staatsbosbeheer er een in het natuurreservaat De Weerribben voor de bevloeiing van rietland. De nieuwe inzichten met betrekking tot natuur- en milieubehoud luidde de bescheiden renaissance van de tjasker in; sinds 1963 is het toen overgebleven bestand van drie molens uitgebreid naar vijftien.

In Nederland zijn nog 25 tjaskers te vinden, waarvan elf molens in Friesland. De oudste tjasker van Nederland, Het Heidenschap, bevindt zich in Het Heidenschap ('It Heidenskip'), een buurtschap bij Workum. Deze werd gebouwd in 1915 door Roelof Willem Dijksma.

In Drenthe werden tjaskers vroeger benut voor het bemalen van vennetjes ten behoeve van de turfstekerij.


Terug